"Ik ben ingehuurd om het raam te vervangen, maar na twee weken zie ik dat het huis scheef staat".
Er is iets geks aan werken als externe adviseur. Je wordt ingehuurd om een probleem op te lossen, maar binnen een paar weken zie je soms dat het probleem waarvoor je bent ingehuurd… niet het echte probleem is. En dat is het moment waarop je als externe even stil wordt.
Niet omdat je het antwoord niet weet, maar omdat je weet dat het antwoord buiten je opdracht ligt en misschien ook buiten de comfortzone van je opdrachtgever. Dat is het voordeel van buiten staan. Je zit niet in de geschiedenis van het bedrijf, je hebt geen jarenlange dynamiek met collega’s, je bent niet onderdeel van de ongeschreven regels.Daardoor zie je dingen sneller. Je ziet waar besluitvorming blijft hangen, waar verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven. Je ziet waar processen het probleem lijken… maar gedrag het echte vraagstuk is. Alleen word je daar zelden voor ingehuurd.
Je wordt ingehuurd voor een HR-proces, een structuur, een project, een systeem, een beleidsstuk. Iets tastbaars, toch?! Terwijl je al vrij snel denkt: dit gaat niet over een proces. Dit gaat over leiderschap, of over prioriteiten, of over moeilijke gesprekken die al jaren worden uitgesteld.
Daar zit de balans van het vak.
Als externe moet je voortdurend voelen: wat is mijn opdracht? Wat is mijn observatie? En wat is het moment waarop het helpend is om iets te zeggen, of juist niet?
Want organisaties hebben ook hun eigen tempo. Je kunt als externe wel alles benoemen wat je ziet. Maar dat betekent niet dat een organisatie er ook al iets mee kan. En dus werk je aan het vraagstuk waarvoor je bent ingehuurd terwijl je ondertussen ziet dat het echte werk ergens anders zit. Dat is simpelweg onderdeel van de rol. Soms frustrerend, dus bijt ik op mijn tong en ondersteun ik in wat zichtbaar moet worden gemaakt, op het tempo van de opdrachtgever, af en toe de grenzen opzoekend om te voelen waar de stretch zit.
En dan begint het balanceren. Je probeert een opdrachtgever een beetje te kietelen. Een vraag hier, observatie daar. Niet om een nieuwe opdracht te creëren. Maar omdat je ziet wat er nodig is. Soms denkt een opdrachtgever: “Ah, daar komt de consultant. Die wil vast nog meer werk creëren.” En ergens is dat begrijpelijk want ja die consultants bestaan ook, maar lang niet iedereen werkt zo.
Veel externen zien simpelweg wat nodig is, terwijl niemand in de organisatie het hardop durft te zeggen. En dat maakt dit vak soms een beetje een dilemma. Je kunt alles benoemen wat je ziet maar dat betekent niet dat een organisatie er ook al iets mee kan. Want laten we eerlijk zijn: elk bedrijf heeft ook zijn eigen politiek. Waar mensen samenwerken, bestaan belangen, ambities, ego’s, onzekerheden en soms ook het ongemak van niet precies weten wat de volgende stap moet zijn. Kwetsbaarheid tonen of hardop zeggen “dit weten we eigenlijk nog niet” is in organisaties niet altijd vanzelfsprekend. Zeker niet als er druk is, verantwoordelijkheid zwaar weegt of posities op het spel staan of als het in de cultuur simpelweg onveilig voelt. Dus beweeg je daar als externe omheen.
Je stelt vragen. Je legt een observatie voorzichtig neer. Je kijkt hoe ver het gesprek kan bewegen zonder dat iemand het gevoel krijgt dat hij of zij wordt gepasseerd. Niet omdat je het antwoord niet wil zeggen maar omdat verandering zelden begint met gelijk krijgen.
Het begint met zichtbaar maken wat er al die tijd al was.
Reactie plaatsen
Reacties