Nog even die mail beantwoorden. Toch nog die presentatie aanpassen. Vrijwillig dat probleem naar je toe trekken waar eigenlijk niemand om vroeg. En ondertussen vooral heel nonchalant doen alsof je helemaal niet zo ambitieus bent 😉
We noemen het betrokkenheid, verantwoordelijkheidsgevoel, een hoge standaard, gedreven zijn. Allemaal prachtige eigenschappen trouwens 🙌🏼 En soms denk ik: Voor wie zijn we eigenlijk zo verschrikkelijk hard ons best aan het doen?
Prestatiedrang heeft een geweldig PR-team
Want laten we eerlijk zijn: hard werken wordt behoorlijk goed beloond. We vinden het ambitieus, gedreven, of met een sjiek woord high performing.
Degene die altijd nét dat stapje extra zet, krijgt kansen. Waardering, promotie misschien en wordt gevraagd voor het volgende project of een senior positie. En het voelt ook lekker. Iets goed doen. Ergens in uitblinken. Erkenning krijgen. Weten dat mensen op je kunnen bouwen. Daar is helemaal niets mis mee.
Tot je jezelf afvraagt waarom een compliment van je manager zó lekker voelt. Waarom één kritische opmerking drie dagen in je hoofd kan blijven zitten. Of waarom die collega die met schijnbaar veel minder moeite hetzelfde bereikt irritanter is dan je eigenlijk zou willen toegeven.
Dan wordt het interessant. Misschien ben je niet alleen iets aan het bereiken. Misschien ben je ook iets aan het bewijzen.
Ik zal wel even…
Ik vind dit vooral interessant bij mensen die veel kunnen. De professionals die verantwoordelijkheid zien liggen voordat iemand überhaupt heeft bedacht dat er verantwoordelijkheid genomen moet worden. Die oplossen, vooruitdenken, nog even iets checken.
Het zijn vaak precies de mensen waar organisaties dol op zijn. En het lastige is: het werkt. Je komt ermee vooruit. Dus waarom zou je ermee stoppen?
Misschien omdat er ergens een moment komt waarop je niet meer precies weet of je iets doet omdat je het wilt, of omdat je ergens van binnen vindt dat je het moet.
Aan wie probeer je het eigenlijk te bewijzen?
Dat vind ik misschien wel de interessantste vraag. Want het antwoord is lang niet altijd: mijn manager. Soms proberen we ons nog steeds te bewijzen tegenover iemand die allang niet meer tegenover ons zit en is onze werkwereld daar een spiegel van, zonder dat we het weten.
Een ouder met hoge verwachtingen. Een leraar die ooit zei dat iets niet voor jou was weggelegd. Een omgeving waarin hard werken de norm was. Een broer of zus met wie je jezelf vergeleek. Of misschien is er helemaal niet één persoon aan te wijzen. Misschien heb je gewoon ergens onderweg geleerd dat waardering volgt op presteren. Dat je eerst iets moet dóén voordat je iets waard bent.
En voor de duidelijkheid: ik denk niet dat we nu allemaal onmiddellijk op een sofa moeten gaan liggen om onze jeugd te analyseren. Maar ik vind het wél interessant om af en toe te onderzoeken:
Van wie is die lat waar je jezelf steeds langs legt eigenlijk?
Ambitie of bewijsdrang?
Volgens mij zit het verschil niet eens in hoe hard je werkt. Het zit in de vrijheid die je erin ervaart.
Kun je ook een keer níét de beste zijn? Kun je iets laten liggen zonder dat je hoofd er ’s avonds nog mee bezig is? Kun je blij zijn met het succes van een ander zonder dat het iets zegt over jouw eigen waarde? Kun je een fout maken zonder onmiddellijk te willen bewijzen dat je eigenlijk wél competent bent? En misschien de interessantste:
Als niemand het zou zien, zou je het dan nog steeds doen?
Want ambitie zegt: Ik wil dit. Bewijsdrang zegt: Ik moet dit.
Van buitenaf kunnen die twee er precies hetzelfde uitzien en van binnen voelt het totaal anders.
En misschien hoef je dus helemaal niet minder ambitieus te worden. Misschien mag je alleen af en toe even checken voor wie je eigenlijk zo hard aan het rennen bent.
.
.
.
.
Soms begint coaching gewoon met een goede vraag
Een vraag die blijft hangen. Die je helpt anders te kijken naar wat je doet, waarom je het doet en wat daarin misschien anders mag. In mijn coaching werk ik met professionals en leiders aan dit soort vragen.